Auto aan de verliezende hand, zeker in de stad

Het beleid veranderen vergt volgens Fietsersbond-directeur Saskia Kluit een lange adem. Maar, zo stelt Kluit; “De bereikbaarheid is overal een groeiend probleem. De fiets innoveert ontzettend snel. Er zijn nu fietsen die 45 kilometer per uur kunnen rijden en fietsen die tot wel 30 procent van de stedelijke logistiek van busjes kunnen overnemen. Er gaat dus veel meer gefietst worden.”

Kluit begon in 2009 bij de Fietsersbond op de afdeling communicatie. Inmiddels is ze drie jaar directeur van de belangenorganisatie. Daarnaast was ze in haar woonplaats Utrecht actief bij energiecoöperatie Energie-U, die met bewoners plannen ontwikkelt voor energiebesparing en groene energie.
“Ik leerde bij Energie-U, dat wat er wordt geschreeuwd, niet altijd is wat de meeste mensen vinden.” De schreeuwers willen vooral gehoord worden, is haar ervaring. En deze ervaring neemt ze nu mee.

Schreeuwers in het mobiliteitsdebat

Hooguit 5 procent van de Nederlanders is diehard automobilist, denkt Kluit. “Dat zijn de mensen die hard roepen dat ze nooit afstand zullen doen van hun auto.” Daarnaast is 40 procent van de automobilisten best bereid om over alternatieven na te denken. De rest van de Nederlanders is al lang ‘om’ en reist met het openbaar vervoer, de fiets of als het uitkomt met de auto. “Als bij automobilisten door dringt wat ze écht kwijt zijn aan APK, onderhoud en brandstof, dan vinden ze het, zeker in steden, al snel zonde van het geld. Zeker omdat auto’s vooral stilstaan voor de deur.”

Beleid alleen bij problemen, en dat is het probleem

Er wordt een nieuwe autoweg aangelegd als de oude te veel problemen veroorzaakt. Voor de doorstroming of luchtkwaliteit bijvoorbeeld.” Dat is tegelijk­­ de tragiek van de fiets. Die beweegt zich vrij probleemloos door ons leven. “Dat noem ik de paradox van de fiets: die is zo succesvol en breed geaccepteerd dat we daardoor de strategische kansen van de fiets nauwelijks zien.

Voor het zelfde geld

“Jarenlang zijn hybride auto’s met miljarden euro’s gesubsidieerd. Toen de subsidie wegviel, stortte de verkoop van die auto’s in. Terwijl van al dat geld het hele fietsnetwerk gemoderniseerd had kunnen worden. Daar heb je blijvend iets aan.”
Echt duurzame keuzes, bijvoorbeeld in het woon-werkverkeer, zijn overigens helemaal niet moeilijk. “Je moet mensen verleiden. Beloon ze met 19 cent per kilometer als ze op de fiets naar hun werk komen. Nu krijgt slechts een kwart een vergoeding. En verlaag tegelijk de vergoeding voor automobilisten.”

Auto’s te gast, zoals in Utrecht

Dat de auto aan de verliezende hand is, zeker in de stad, staat voor haar vast. “De bereikbaarheid is overal een groeiend probleem. De fiets innoveert ontzettend snel. Er zijn nu fietsen die 45 kilometer per uur kunnen rijden en fietsen die tot wel 30 procent van de stedelijke logistiek van busjes kunnen overnemen. Er gaat dus veel meer gefietst worden.” Dat zal de straten doen veranderen, zoals in Utrecht bij de Maliesingel en de route naar de Uithof al is gebeurd. “Auto’s zijn daar te gast in het domein van de fiets en wandelaar. Dertig kilometer per uur wordt het nieuwe vijftig.”

Om alle fietsers een goede en veilige plaats te geven moeten er dus meer en betere fietsroutes komen. Nu is het al te vaak dringen op het fietspad. Fietsen, bakfietsen, e-bikes of hun snellere variant (speedpedelec), snorfietsen, brommers: alles vecht om ruimte. “Gelukkig kunnen gemeenten volgend jaar ook snorfietsen verbannen naar de weg – dat is echt een succes van onze lobby. Maar vervolgens wordt elk nieuw (elektrisch) vervoermiddel te gemakkelijk naar het fietspad verwezen.”

Ja, een lange adem is nodig om het beleid te veranderen, beaamt zij. “Maar iedere week boeken we wel ergens lokaal een succes.”

Bron: Trouw